Suiker groeimotor voor kanker

Suiker groeimotor voor kanker

Het alledaagse voedingsingrediënt suiker blijkt van grote invloed bij het ontstaan, genezen en voorkomen van kanker. Eén blikje frisdrank of glas vruchtensap per dag verhoogt het risico op kanker, met name borstkanker. Deze conclusie trekt de Nederlandse medicus William Cortvriendt in zijn nieuwe boek Kankervrij op basis van recente wetenschappelijke publicaties naar de relatie tussen leefstijl en kanker.

Cortvriendt baseert zijn bevindingen op 900 wetenschappelijke studies uit toonaangevende medische vakbladen zoals Nature, Oncology en The Lancet. Hij onderzocht de relatie tussen leefstijl en het risico op kanker én welke invloed leefstijl heeft op het verloop van de ziekte als deze zich eenmaal openbaart.

Snoep en pasta

“Suiker en koolhydraatrijke producten zoals snoep, frisdrank, pasta en industrieel bewerkte voeding leiden tot een abnormaal hoog glucosegehalte in je bloed. En glucose is bij uitstek het voorkeursvoedsel voor kankercellen”, aldus Cortvriendt. “Als reactie hierop neemt ook het hormoon insuline sterk toe in het bloed wat leidt tot meer celdelingen en celgroei. Hoe hoger je bloedsuikergehalte, hoe groter de kans op kanker en hoe agressiever kanker zich gedraagt als je de ziekte eenmaal hebt.”

Stress

Niet alleen voeding en drank spelen een rol bij het ontstaan van kanker of een agressiever verloop van de ziekte. Ook weinig bewegen, chronische stress en onregelmatig slapen blijken boosdoeners. “Het is een samenspel van deze factoren dat uiteindelijk je risico op kanker en je prognose bij kanker beïnvloedt. Zo leiden langdurige spanningen tot hoge cortisolspiegels in ons bloed. Als reactie daarop stijgen het bloedsuiker en insulinegehalte en daarmee ook je risico op kanker”, aldus Cortvriendt. “Terwijl regelmatig bewegen juist een anti-kankereffect heeft omdat het onder meer zorgt voor een daling van je bloedsuiker en stressniveau”

Complementair

Sommige grote kankercentra in de Verenigde Staten zetten leefstijladviezen bij kankerpatiënten al in als onderdeel van de behandeling. “In Nederland begint dat nu ook een beetje van de grond te komen”, volgens Art Vreugdenhil, medisch oncoloog bij het Maxima Medisch Centrum in Eindhoven. “In Rijnstate Arnhem is men ermee begonnen. Wij gaan dit in samenwerking met hen ook opzetten. Ik vind het belangrijk dat mijn patiënten onderbouwde adviezen krijgen ten aanzien van complementaire behandeling en leefstijl zodat deze op een positieve manier kunnen bijdragen”.

Bron: Kankervrij