Safaripark Beekse Bergen verwelkomt met Arthur een pasgeboren banteng

Safaripark Beekse Bergen verwelkomt met Arthur een pasgeboren banteng

Safaripark Beekse Bergen heeft afgelopen week een jonge banteng mogen verwelkomen. In Nederlandse dierentuinen komt deze met uitsterven bedreigde rundersoort niet vaak voor: er zijn maar in drie parken, waaronder dus Beekse Bergen, bantengs te vinden.

Het jonge mannetje, genaamd Arthur, maakt het goed, zo vertelt dierenverzorgster Yvonne Vogels. “Hij is ‘s nachts geboren, midden in de groep. Eigenlijk gaat dat altijd zo in de natuur. Arthur is gezond en doet het goed. Hij drinkt goed bij zijn moeder Lana. Ze staan met zijn tweetjes in de kudde.”

Fokprogramma

“Lana is een ervaren moeder. Daarnaast leven ze in een groep en kunnen ze ook bij elkaar afkijken”, aldus Vogels. Met de geboorte van Arthur werkt Beekse Bergen mee aan het fokprogramma van de bantengs, die voorkomen in Myanmar, Thailand, Indochina en op Borneo, Java en Bali. Daar wordt deze soort echter met uitsterven bedreigd vanwege de vernieling van zijn leefomgeving. Dit komt door het winnen van palmolie. Daarnaast wordt er ook op de banteng gejaagd en worden ze in hun leefgebied ook als huisdier gehouden. “Daarom zijn we heel erg blij met de geboorte van Arthur.”

Seksueel dimorfisme

In totaal heeft Safaripark Beekse Bergen nu acht bantengs: één volwassen stier, zes vrouwtjes en nieuwe aanwinst Arthur. Bij de banteng is er sprake van seksueel dimorfisme: een volwassen stier heeft een kastanjebruine tot bruinzwarte vacht, terwijl jonge stieren en vrouwelijke bantengs een roodbruine vacht hebben. Ze worden 180 tot 225 centimeter lang en zo’n 160 centimeter hoog. Bantengs wegen 400 tot 900 kilogram. Alle bantengs hebben witte poten, een witte snuit, witte plekken op de romp en witte vlekken boven de ogen.

Een mannelijke banteng heeft daarnaast een bult op de rug, een halskwab en een kale plek tussen de hoorns. Deze hoorns kunnen tot wel 75 centimeter lang worden en zijn zijwaarts omhoog gebogen. Vrouwtjes hebben kleinere, naar achter lopende hoorns.

Bron: Beekse bergen