Blog 5: Een ander huis op Gran Canaria

Blog 5: Een ander huis op Gran Canaria

Het is vandaag precies drie maanden geleden dat we op Gran Canaria aankwamen. Wat gaat de tijd snel en wat hebben we al veel gedaan: een zaak gekocht, ingericht en opgezet; het draait. Langzaam, maar toch… een ander huis gevonden, heel veel papieren ingevuld met onze handtekeningen, de auto ingeklaard, de weg op het eiland gevonden, allerlei Spaanse koffies leren zetten, vrienden gemaakt, leveranciers gevonden, een bankrekening geopend, en een Spaanse telefoon gekocht. Wat Spaanse woordjes opgepikt en vooral ook geleerd tot tien te tellen. Want het is niet altijd makkelijk geweest. En nog steeds gaat het heel rustig aan in ons straatje. Té rustig voor mooi. Maar de stress is ervan af. Ik kan weer goed slapen ’s nachts. Lig niet meer zo te piekeren over hele praktische dingen want uiteindelijk blijkt er voor alles een oplossing te bestaan.

Zou ik al iets van de Canarische mentaliteit hebben overgenomen…? Misschien ja,  want uiteindelijk leer je wel geduldig zijn, of je dat nou leuk vindt of niet. Ik wil niet zeggen dat ik na drie maanden een karakter beschrijving van de doorsnee Canario kan geven maar een ding weet ik wel: ze zijn heel trots op hun eiland! En als jij op- of aanmerkingen hebt kan je die maar beter voor je houden want anders wordt je gewoon achter aan de rij wachtenden gezet. Je kunt maar beter mee werken en vriendelijk lachen, dan zijn ze heel aardig. Accepteren dat het gaat zoals het gaat.

Verlegen zijn ze ook best wel ’n beetje. Zo durven veel mensen geen Engels te praten. Ik vraag altijd in het Spaans “spreekt u Engels, misschien ’n beetje?” meestal valt de ander dan stil (aan de telefoon) of zegt hij of zij Nee. No hablo ingles. Maar heel vaak blijkt dat ze het best wel een beetje kunnen. En met mijn kleine beetje Spaans komen we er altijd wel uit. Met veel gelach en gestuntel. Het is me slechts één keer overkomen dat de mevrouw tegenover mij aan het bureau van de gemeente het niet sprak. Volgens mij weigerde ze het ook gewoon. Want als je op een goede positie in het gemeentehuis werkt heb je toch best wel iets op school geleerd, en ze krijgen hier allemaal Engels. Die mevrouw zei ook tegen haar collega in het Spaans; ik zei toch dat ik geen Engels sprak dus waarom gaat ze dan in het Engels verder”? ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk maar aardig of behulpzaam was ze niet. Ik heb m’n spullen opgepakt en ben weggegaan. Het komt wel goed dacht ik toen, en dat kwam het ook.

Verhuizing
Afgelopen weekend dus verhuist naar een nieuwer en moderner onderkomen. Een fijn huis in Patalavaca, op een berg, dus vanaf ons kleine dakterras hebben we een prachtig uitzicht op de oceaan. Het vorige huis was oud, en smoezelig. Met bv douche gordijnen in plaats van een douchewand. (ik legde steeds stenen van het strand op de rand van die douche gordijnen om zo te voorkomen dat ze tegen je aan gaan plakken als je doucht. Bah, ik heb zo’n hekel aan een douchegordijn. Tenminste, wel als de douche vloer niet groter is dan een hoepel). Het rook altijd schimmelig vanwege problemen met de waterafvoer. Als je het beneden toilet niet regelmatig even door trok dan begon het vanuit de zwanenhals te stinken omdat het water wat daarin hoort te staan en als stankslot fungeert, opdroogt. Er waren ook zoveel trappen te  lopen en daar had Ruud met z’n versleten knieën veel moeite mee. Er was ook zo’n ouderwetse nare zwart/bruin gevlekte tegelvloer. Volgens mij hebben ze die ooit uitgevonden om de kakkerlakken niet  goed te kunnen zien. Ik liep de hele dag spiedend naar die vloer te kijken. Want ik ben als de dood voor die beesten! En toen op een dag de deur van de schuifpui er spontaan uitviel zei ik: nu is het mooi geweest; we gaan een ander huis zoeken. Die deur viel precies op de plek waar Ruud altijd rookt. Gelukkig zat hij er op dat moment niet anders hadden we beslist naar het ziekenhuis gemoeten. (we hebben wel ervaring met Ruud en een buitenlands ziekenhuis maar liever blijf je er buiten). Dus hebben we eergisteren in ons nieuwe huis wéér geproost en de mooie kaarsjes van Loes aangestoken. Roken doe ik overigens gewoon weer. Toen ik zoveel last had van stress ben ik toch helaas voor de bijl gegaan.

Morgen gaan we de toerist uithangen; eerst gaan we een tripje maken met een boot. Dolfijnen spotten. Met vind garantie. Honderd % zeker dat we ze zullen vinden. Daarna moeten we (voor de vierde keer) naar Las Palmas in verband met het Spaanse kenteken voor de auto. Maar we gaan het nu combineren met twee kennissen die een zaak willen kopen en iets kunnen bekijken in Las Palmas. Kunnen we leuk even mee gluren. En daarna gaan we met z’n vieren naar de oude wijk Veguetta want het is donderdag en dan kan je daar ’s avonds bij een biertje of een wijntje heerlijke Pinchos kopen voor 1 euro. Dus daar gaan we lekker van smullen. En dan is de vrije dag weer voorbij.

Gedoe met de auto
Die auto was overigens ook zo’n gedoe. En we zijn pas halverwege. Eerst moesten ze bij de douane weten wanneer we het land waren binnengekomen. Dat wisten wij precies. Maar daar gingen ze niet voor. Het moest een document zijn! En omdat er tegenwoordig geen stempels meer in paspoorten worden gezet binnen Europa hadden we geen bewijs. Want de tickets had ik weggegooid. (dacht ik. Ze kwamen tijdens de verhuizing opeens tevoorschijn). Dus eerst maar een mail gestuurd naar de maatschappij van de ferries. En iemand die Spaans spreekt heeft er ook een belletje aan gewaagd. Dat helpt altijd. Toen de douane. Daarna de keuring. Dat ging toch grondig! Waterpas erbij! Maar ons Hyundaitje is helemaal goed bevonden, en dat na 6000 km in drie maanden te hebben gereden! We waren blij en trots. En toen al drie keer in één week op en neer naar de stad gereden.

We werken zes dagen per week. Op donderdag zijn we dicht. Eerst was dat op woensdag maar dan is de buurman ook dicht dus is het slimmer als wij dan open zijn. En nog steeds passen we de openingstijden aan. Zo hebben we ontdekt dat het in het weekend best lekker druk kan zijn in de middag. Dus gaan we dan niet meer dicht tijdens de siësta. Juist in het weekend gaan Canarios buiten de deur eten of drinken. En dan is het heel druk in Arguineguin. Langs de strandstrook staan hier om de hoek soms wel 35 campers! Loodsen gaan open, stoeltjes ervoor met parasolletjes en zitten maar. Radio aan en feest. Vanuit het binnenland of het koudere noorden komen ze met campers en busjes hierheen. Overal in het dorp staan ze geparkeerd. In de Barrancos, op parkeerplekken, aan de kant van de weg langs het strand… gezellig hoor. Donderdags ’s middags komen ze al en zondag vertrekken ze weer. tot volgende week! Op het strand is het dan hutje mutje. Een kleurrijk gezicht.

Nieuwe stranden
Als wij zelf naar het strand gaan is dat naar een toeristen strand. Waar de stoeltjes met parasolletjes al voor je zijn neergezet, en waar je 12 euro voor twee bedjes en een Sombrillo betaald. Met wit zand. Dat is ooit aangevoerd vanuit Afrika of het Caribisch gebied. Het natuurlijke zand van de Canarische eilanden is zwart want het zijn vulkanische eilanden. zwart zand schijnt ook heter te zijn dan wit. Nog steeds worden er nieuwe stranden aangelegd en de daarbij behorende strand horeca gebouwd. En hotels natuurlijk. We spreken weleens oudere mensen die hier al meer dan 30 jaar wonen en die met heimwee terug kijken naar toen er nog “niets”was. Het wordt natuurlijk steeds voller en dat doet de omgeving geen goed. Mooier wordt het er niet op lijkt mij. Er komen natuurlijk ook steeds meer auto’s bij met al die toeristen. Parkeren is vaak echt een probleem. In de stad wijzen werklozen je parkeer plekjes aan in de hoop op een fooi. Lucratieve zaak.

Maar goed, zo vaak gaan we dus niet naar het strand. Geen tijd voor, want werken van 10 tot 22.00 uur is al wat de klok slaat. Ons bruine kleurtje wat we hebben opgedaan in de stille eerste weken verdwijnt zienderogen door het douche putje. Nou ja, het is niet anders. Dat is tenslotte waarom we hier naartoe zijn gekomen. En het doucheputje is tegenwoordig heel fris en schoon, in een mooie vierkante douchebak met schuifdeuren. Hopelijk vallen die er niet uit…

Lekker gelezen? Misschien vind je onderstaande berichten ook interessant:

Over de auteur

Wij zijn Anita en Ruud. 58 en 62 jaar oud. Wij geven ons leven op dit moment een nieuwe wending door te verhuizen naar Gran Canaria waar we een bar/cafetaria hebben gekocht. Periodiek zullen we verhalen schrijven over onze avonturen die we meemaken op Gran Canaria.

Bekijk alle artikelen van Anita & Ruud